2019-01-11 Vrijdag

Na het ontbijt eerst even aan de kust gezeten (krabben, zeilboten, uitzicht, zon, palmbomen….)

Vervolgens zijn we naar Nationaal Park Slagbaai gereden om daar de ‘lange’ route te rijden. Die duurt twee-en-een-half uur, maar onderweg hebben we geregeld de met bordjes aangewezen bezienswaardigheden bekeken, en vooral die die we in het verleden overgeslagen hadden. De weg door dit park is een regelrechte ramp, vol kuilen en gaten.

Een zogenaamd blowhole waar de oceaan water in omhoog spuit.

De kust aan de oostkant van Bonaire is ruig, maar er zijn ook bijzondere strandjes aan deze kant van het eiland.

Vroeger was hier een nederzetting met vuurtoren, voornamelijk voor vogel-research. Dit is een droge uithoek van het eiland, het gebouwtje het meest links heeft geen ramen of deuren en diende als wateropslag om het water van het dak van het huis op te vangen.

Hoe ruig de kust hier is, is aan deze foto goed te zien. Gestolde lava, er scherp gesteente.

De ‘schaal’ van een cactus.

Deze roofvogel komt hier veel voor. Hij loopt ook hele stukken over het land…. dus je ziet hem geregeld in de lucht of op de grond.

In dit park zitten een aantal natuurlijke waterbronnen. Daar vind je de meeste vogels (en muggen), en andere dieren zoals krabben, hagedissen, leguanen, geiten, etc.

Een stuk verderop langs de kust zijn twee pelikanen aan het vissen.

Dit is slagbaai. Ook weer een prima plek om te snorkelen maar wij hadden dat al gedaan bij een eerdere stop. Slagbaai is een oude handelsnederzetting.

‘s-Avonds nog even naar Kralendijk gelopen (om een ijsje te scoren). Bij aankomst ging de zon net onder.

Bij de terug-wandeling langs de kade: vuurwerk

En inmiddels was de zon helemaal onder en werd de maan ook van onderen verlicht.